Niemand zag me!

Waar iedereen denkt dat hij of zij kindermishandeling kan signaleren, vraag ik mij stellig af hoe?

https://www.020veiligthuis.nl/nieuws/verbeterde-meldcode-per-1-januari-2019/

Ik was 7 jaar, en keek op tegen de nieuwe vriend van mijn moeder. De vriend met het politie uniform. Hij vond dat mijn zus (toen 16 jaar) uit huis moest gaan wonen (wanneer ik nu naar mijn 16-jarige kind kijk, denk ik niet dat hij/zij al zelfstandig kan wonen). Mijn broertje werd geboren. Wanneer mijn broertje iets had gedaan, werd ik door mijn moeder of stiefvader geslagen (ik was blij dat in die tijd wijde kleren modern waren; zo viel er niets op). Ook werd ik uitgescholden voor nietsnut, lui, dom, leugenaar of hoer. Wanneer ik fouten maakte, kreeg ik slaag op mijn vingers met de bamboestok(soms had ik teveel pijn in mijn vingers om op school mijn pen goed vast te kunnen houden).

Mijn stiefvader had een hobby: alternatieve geneeswijzen; ik was zijn proefkonijn. Mijn moeder stond erbij wanneer er in mijn rug naalden werden gestoken die vol zaten met chemicaliën. Wanneer ik huilde zeiden ze: Stel je niet zo aan! Jij wilt het toch, jij hebt toch rugpijn! Ik sportte destijds heel veel. Tijdens het omkleden, werden er vragen aan mij gesteld over mijn rug. Hierop gaf ik als antwoord dat mijn vader mij prikken gaf voor de pijn in mijn rug. De trainster zei dan vaak dan gaan we je rug wat minder belasten.

Hun huwelijk ging kapot, en mijn moeder liet ons, haar kinderen, in de steek en vertrok naar het buitenland. Ze nam ons niet mee. Als excuus zei ze dat ze bang was dat mijn stiefvader haar zou vermoorden. Ze ging stiekem weg, en niemand wist waarheen. Wat had zij kunnen doen tegen een agent?! De gedachtes kwamen niet bij haar op, dat wij, haar kinderen, in gevaar waren. Die avond stopte hij mij vol met alcohol en pillen. Ik werd verkracht naast mijn slapende broertjes. Het was een lange helse nacht die ik nauwelijks heb meegekregen, omdat ik dusdanig door mijn stiefvader onder invloed was gebracht. Ondanks dat herinner ik me veel. Zelfs dat er een pistool tegen mijn hoofd werd gezet. De enige persoon die ik nog vertrouwde was mijn zus. Zij kwam direct vanuit het buitenland toen ze het hoorde. Zij besefte op dat moment als jonge vrouw niet wat er zich thuis afspeelde aan agressiviteit en wat hier de omvang van was. Aangifte bij de politie, de collega’s van mijn stiefvader deed ik niet. Omdat toch niemand mijn verhaal zou geloven. Ze zouden hem meer geloven dan mij en dan zou ik het nog zwaarder hebben gekregen. Mijn huisarts had ook nooit wat gedaan, hij was immers bevriend met mijn stiefvader. Ik hoefde mijn huisarts en de politie niet in vertrouwen te nemen; het was gewoonweg zinloos.

Ik was 16 jaar toen ik van school kwam. Op de stoep lag mijn matras en kleding, die blijkbaar uit het raam naar beneden waren gegooid. Wat nu? Mijn twee kleine broertjes (toen 6 en 8 jaar) waren daar nog binnen. De deuren zaten op slot. Ik belde aan. Mijn stiefvader stond in de deuropening en zei: ”Oprotten hoer!” Ja, zo voelde ik me smerig en vies. Twijfelend en met een machteloos gevoel vroeg ik mezelf af: Waar moet ik heen? Hoe moet ik de verantwoording dragen over mijn twee broertjes?          Ik raapte wat kleren op, en ging naar een vriendin van mijn moeder. Hier mocht ik een nacht slapen. Mijn stiefvader was politieagent, en de vriendin van mijn moeder was bang. Ik ging hier vanuit zelfstandig wonen, en meldde me bij de Gemeente. Van hen kreeg ik een kleine vergoeding. Jeugdzorg vroeg even naar mijn naam, en toen zij de naam van mijn stiefvader hoorden waren ineens alle deuren voor enige hulp gesloten.

Om mijn huur te kunnen betalen ging ik dus werken en daarnaast ook nog naar school. Mijn cijfers daalden. Het lag aan mij, want ik was dom volgens mijn moeder en stiefvader. Bij de oudergesprekken droeg mijn stiefvader zijn uniform. Zelfs terwijl hij helemaal geen dienst had op dat moment. Hij gaf daar dan aan dat ik dom en lui was. Ik hield mijn mond, en was onder de indruk van zijn verschijning. Ik voelde me smerig en vies.

Op mijn lange weg die ik nog te gaan had, kwam ik al snel een vriend tegen die psycholoog was. Hij hielp mij om alles te verwerken. Het had zijn tijd nodig. Ik was niet op uit op wraak, omdat ik van mijn moeder hield. Ik wist wat mij was overkomen. Het is niet goed, niet juist en het zal mij in mijn leven belemmeren. Mijn zus vertelde mij jaren later, dat we al van jongs af aan werden mishandeld, en mijn  inmiddels overleden broer liet mij weten, pas na zijn dood, dat niet alleen ik dit had meegemaakt. Jaren later verbaasde het mij enorm toen ik erachter kwam, dat wij als kind zijnde niet van elkaar wisten wat ons werd aangedaan of dat we het wel wisten maar het niet met elkaar durfden te delen uit angst voor de reactie van onze stiefvader als hij erachter zou komen.

De angst die mij bekroop was, dat ik mijn negatieve jeugdjaren over zou kunnen dragen op mijn kinderen. Deze cirkel moest voor mij doorbroken worden. Ik was dankbaar dat mijn jeugdjaren geen herhaling hadden gekregen, maar het zou een weg worden waar ik altijd aan moest blijven werken. Het is een jeugd waar ik ook mooie en gelukkige herinneringen aan heb overgehouden. De diepe wonden uit mijn jeugd hebben een plekje gekregen, maar deze ervaringen draag ik altijd bij me. Ieder jaar weer heb ik in de wintermaanden een aantal slapeloze nachten waarin mijn jeugdherinneringen weer even terugkomen. Het laat me nooit meer los, maar ik kan er mee leven.

Niemand zag me! de leerkracht niet, de vrienden van mijn ouders niet, ook de kapper, pastoor en de huisarts zagen me niet. Ik had toch doodleuke ouders? Ten slotte was mijn stiefvader politieagent en mijn moeder was mijn moeder waar ik loyaal aan verbonden was.

Niemand zag me!

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *